De Klaverjastafel
Leren klaverjassen

Klaverjas spelregels met kaartwaarden en voorbeelden

Van je eerste kaart tot de eindstand: zo lees je een slag en begrijp je waarom een kaart wel of niet gespeeld mag worden.

Uitleg bij De Klaverjastafel · bijgewerkt op

Deze uitleg beschrijft de regels van De Klaverjastafel. Aan een huiskamertafel of bij een vereniging kunnen andere afspraken gelden, vooral over ondertroeven en roem. Spreek die vooraf af. In deze game controleert de spelengine welke zetten geldig zijn.

Vier spelers, twee teams

Je speelt samen met de speler tegenover je. Links en rechts zitten jullie tegenstanders. Het spel gebruikt 32 kaarten: van iedere kleur de zeven, acht, negen, boer, vrouw, heer, tien en aas. Iedereen krijgt acht kaarten. Eén pot heeft acht slagen; een boom in deze game bestaat uit zestien potten.

Voor het uitspelen wordt bepaald wie speelt en welke kleur troef is. De speler die het spel aanneemt, probeert samen met de maat meer punten te halen dan het andere team. Na het bieden legt iedere speler om de beurt één kaart neer. De winnaar van de slag komt de volgende slag uit.

Kaartwaarden: punten zijn niet hetzelfde als volgorde

Een troefkaart verslaat iedere niet-troefkaart. Binnen troef zijn boer en negen de sterkste kaarten. In een gewone kleur is de aas het hoogst. Een kaart van een andere, niet-gevraagde kleur kan de slag niet winnen, tenzij het troef is.

Punten per kaart in deze game
KaartGewone kleurTroef
Aas (A)1111
Tien (10)1010
Heer (H / K)44
Vrouw (V / Q)33
Boer (B / J)220
Negen014
Acht00
Zeven00

Hoog naar laag, gewone kleur: A, 10, H, V, B, 9, 8, 7.
Hoog naar laag, troef: B, 9, A, 10, H, V, 8, 7.

Alle kaarten samen zijn 152 punten waard. De laatste slag levert nog 10 punten op. Zonder roem of een doormarsbonus zijn er dus 162 punten te verdelen. Sommige kaartstijlen gebruiken Engelse letters: J is boer, Q is vrouw en K is heer.

Welke kaart mag je neerleggen?

  1. Je hebt de gevraagde kleur: speel die kleur. Wordt troef gevraagd en kun je hoger troeven dan de hoogste troef op tafel, dan moet je dat in deze game doen.
  2. Je hebt de gevraagde kleur niet en ook geen troef: je mag een andere kaart weggooien.
  3. Je hebt de gevraagde kleur niet, maar wel troef: de variant bepaalt wat verplicht is. Bij Amsterdams mag je een andere kaart spelen wanneer je maat de slag al heeft. Bij Rotterdams moet je ook dan troeven.
  4. Je moet troeven en er ligt al troef: speel een hogere troef als je die hebt. De huidige game verplicht anders een lagere troef. Dat laatste kan afwijken van huisregels die je gewend bent.

Lees de uitgewerkte situaties bij Amsterdams en Rotterdams. De uitzondering voor de maat betekent niet dat je kleur volgen mag overslaan.

Voorbeeld: wie wint deze slag?

Harten is troef. Links komt uit met klaveren aas. Je maat volgt met klaveren tien. Rechts heeft geen klaveren en speelt harten zeven. Jij hebt nog klaveren en moet bijvoorbeeld klaveren heer bijleggen. Rechts wint: zelfs de laagste troef verslaat de klaveren aas.

De kaarten leveren 11 + 10 + 0 + 4 = 25 punten op. Er is in dit voorbeeld geen roem. Als dit de achtste slag is, komen daar 10 punten voor de laatste slag bij. Kijk na een slag in “Laatste slag” om de vier kaarten en de puntentelling terug te zien.

Roem herkennen

Roem wordt hier berekend over de vier kaarten van één slag, niet over je volledige hand. Voor reeksen geldt de volgorde 7, 8, 9, 10, B, V, H, A. Dat is dus een andere volgorde dan de troefsterkte.

  • Drie opeenvolgende kaarten van dezelfde kleur: 20 punten, bijvoorbeeld schoppen 8, 9 en 10.
  • Vier opeenvolgende kaarten van dezelfde kleur: 50 punten.
  • Heer en vrouw van troef samen in één slag: 20 punten, ook wel “stuk”.
  • Vier boeren: 200 punten. Vier negens: 150 punten. Andere vier gelijke rangen leveren in deze game 100 punten op.

Een reeks met heer en vrouw van troef kan ook stuk bevatten. De game telt beide mee. De winnaar van de slag krijgt de roempunten voor het team; het maakt niet uit wie de combinatie oorspronkelijk in de hand had.

Nat, doormars en de volgende pot

Het spelende team moet na de puntentelling méér punten hebben dan de tegenstanders. Bij gelijkspel of minder punten gaat het spelende team nat. Het krijgt dan nul punten voor de pot; de tegenpartij krijgt de toegekende punten volgens de spelafrekening. Zonder roem is 81–81 dus niet genoeg.

Een team dat alle acht slagen wint, krijgt in deze game 100 extra punten voor een doormars. Bekijk na afloop de potterugblik: daar staan de kaartpunten, roem en tussenstanden per slag. Zo kun je een onverwachte eindstand herleiden in plaats van alleen naar het eindtotaal te kijken.

Oefenen zonder haast

Begin tegen de computer op het laagste niveau. Controleer eerst de gevraagde kleur, dan de hoogste troef en pas daarna de punten die je wilt meegeven. In de instellingen kun je de andere spelers langzamer laten opgooien. Gebruik de terugblik om één lastige slag opnieuw te bestuderen.

Vragen over het spel of een vermoedelijke fout? Vermeld via Contact de variant, troef, vier gespeelde kaarten en wat je volgens jou had moeten mogen doen. Deel nooit je wachtwoord.

Naar het spelmenu